Het verschil zit vaak in de pitch
In Vlaanderen werkt een directe en gestructureerde aanpak meestal goed. Journalisten verwachten snel te zien wat het nieuws is, waarom het relevant is en welk materiaal meteen bruikbaar is: cijfers, quotes, visuals, timing en woordvoering. Ook het contact verloopt vaak pragmatisch: mail is het voorkeurskanaal, terwijl een telefoontje sneller als storend kan worden ervaren – tenzij het om breaking news gaat of een dringende vraag.
Ook in de opbouw van een pitchmail zie je dat terug. Voor Vlaamse redacties werkt het meestal goed om snel tot de essentie te komen: wat is het nieuws, welk cijfer of element maakt het relevant, en waarom is het net nu interessant? Kort gezegd: niet te veel omwegen, wel meteen de haak.
Aan Franstalige kant verloopt dat contact vaak iets meer in dialoog. Er is doorgaans meer ruimte om context te geven, vragen te beantwoorden en samen de juiste invalshoek te verfijnen. De telefoon speelt daar nog vaker een rol, net omdat die interactie helpt om beter aan te voelen wat een journalist zoekt en hoe je jouw verhaal daarop kan afstemmen.
Dat vraagt wel iets van de consultant. Een telefonische pitch moet niet alleen inhoudelijk sterk zijn, maar ook vlot en overtuigend gebracht worden. Je leest geen tekst voor, je vertelt een verhaal. Dat betekent: je onderwerp goed beheersen, op mogelijke vragen anticiperen en voldoende voeling hebben met het medium om snel te kunnen schakelen als een eerste invalshoek niet aanslaat. Vaak zit de echte meerwaarde precies daarin: niet vasthouden aan één aanpak, maar samen zoeken naar de juiste ingang voor hetzelfde verhaal.
Geen andere boodschap, wel een andere benadering
Dat is meteen ook waarom een copy-paste-aanpak zelden werkt. Een persbericht vertalen is technisch eenvoudig, maar een goede pitch vraagt meer dan taal alleen. Ze vraagt gevoel voor timing, kennis van het medialandschap en inzicht in hoe een journalist het liefst wordt aangesproken. In de praktijk zal een pitch die werkt in Vlaanderen niet altijd meteen aanslaan bij een Franstalige journalist, en omgekeerd. Niet omdat het onderwerp niet relevant is, maar omdat de aanpak niet meteen aansluit.
Daarbij komt nog een element dat vaak onderschat wordt: de juiste journalist aanspreken. Redacties worden dagelijks overspoeld met pitches, en irrelevante voorstellen verdwijnen snel in de vuilbak. Een sterke pitch draait dus niet alleen om het juiste verhaal en de juiste aanpak, maar ook om het kiezen van de juiste contactpersoon, binnen het juiste medium, op het juiste moment.
Nationale communicatie vraagt lokale finesse
Voor bedrijven die nationaal willen communiceren, is de conclusie duidelijk: een boodschap moet niet alleen vertaald worden, maar ook slim gepitcht. Communicatie over de taalgrens vraagt inzicht in twee mediarealiteiten, kennis van redacties en journalistieke reflexen, en vooral de ervaring om een onderwerp per regio en per medium op de juiste manier aan te brengen.
Succesvolle nationale pr is in België dan ook zelden het resultaat van één massale verzending. Ze ontstaat uit een combinatie van twee regionale benaderingen, opgebouwd rond hetzelfde verhaal. En net daar zit de meerwaarde van een team dat beide markten kent: consultants die niet alleen in twee talen werken, maar ook weten hoe je een verhaal goed laat landen in Vlaanderen, Wallonië of in beide landsdelen tegelijk.