Taal

Bezorgdheid nummer één: “Je kan aan mij horen uit welke provincie ik afkomstig ben.” Dat klopt: wie geen cursus volgde om accentloos Nederlands te spreken, kan dat vaak moeilijk verbergen. Maar geen nood: journalisten, en ook de kijkers thuis, verwachten niet meer of niet minder dan dat de geïnterviewde AN spreekt, zonder dat zijn of haar dialect er al te zeer in doorklinkt.

Een andere taalbezorgdheid is te veel ‘euh’ zeggen. Iedereen – behalve de professionele, getrainde nieuwsankers – zegt wel eens ‘euh’. En dat is helemaal ok. Want tenzij je er echt op begint te letten, stoort het niet. Niemand kijkt naar het nieuws om de ‘euh’s’ te tellen.

Vervelende stopwoordjes zijn andere koek. Wie van zichzelf weet dat ie te pas en te onpas een stopwoord gebruikt, werkt daar best wel aan. Want in tegenstelling tot een ‘euh’ hier of daar, gaan stopwoorden de kijker of luisteraar wel irriteren. Het leidt ook af van de boodschap.

Collega’s en conculega’s

“Wat gaan mijn collega’s of mijn peers denken als ze mijn uitleg horen?” We leren deelnemers om een quote te geven in een taal die voor iedereen begrijpelijk is. Daarin hebben moeilijke woorden en jargon geen plaats. Met andere woorden: de uitleg moet verwoord worden op een manier die doorsneekijkers begrijpen. Want zij zijn de doelgroep, niet je collega’s of conculega’s.

Dat vraagt toch wel wat aandacht. Want wat voor een expert bijna even vanzelfsprekend is als 1 + 1 = 2, klinkt voor de tv-kijker al snel als hogere wiskunde. Hetzelfde geldt voor vakjargon: woorden die jij en je collega’s dag in, dag uit gebruiken, zonder nog te moeten nadenken over de betekenis, zijn vaak Chinees voor de gemiddelde kijker. De kunst is dus om die vertaalslag te maken. En daar denk je best vooraf goed over na, niet pas wanneer je voor de camera staat.

De vragen

Een interview is geen vrijblijvend spelletje van vragen en antwoorden. Bovendien zorgt zo’n camera-interview altijd voor extra stress, zeker bij mensen met weinig ervaring. “Krijgen we de vragen op voorhand?” is dan geen onlogische vraag. Soms kan dat, maar niet altijd. Dat hoeft geen probleem te zijn. Want door je in de plaats te stellen van de doorsneekijker kan je vaak goed voorspellen wat de vragen zullen zijn. Of roep even de hulp in van iemand die helemaal niets van het onderwerp afweet en check wat die wil weten, wat die interessant vindt.

En dan zijn er de zogezegde moeilijke vragen. Wat vanop een afstand toch een vreemde bezorgdheid is bij experts: zij weten (zo goed als) alles over het onderwerp, terwijl de journalist zich voorbereidt met vaak een minimum aan research. Een krantenartikel, een kort telefoontje met een andere betrokken partij, even wat opzoeken op Google. En toch is er die angst voor ‘moeilijke’ vragen.

Tijdens een mediatraining gaan we uiteraard veel dieper op deze – en vele andere – issues in. Want de doelstelling van onze training is helder: ervoor zorgen dat het geven van een camera-interview binnen de comfortzone van de deelnemers komt te liggen.

Nieuwsbrief

Blijf up-to-date dankzij onze nieuwsbrief